Het warmte-gen

Ik zit met de telefoon in mijn handen. Ik moet een afspraak maken in het ziekenhuis voor jaarcontrole.

Nu ben ik de laatste weken sowieso volop bezig met kanker, in de vorm van mijn boek. De eerste keren dat ik mijn boek las, kon ik het zelf niet droog houden. Na tig keer mijn eigen tekst te hebben gelezen, lukt dat inmiddels heel goed. Maar met het maken van een afspraak voor de jaarcontrole komt kanker ineens weer heel dichtbij.

Vorig jaar had ik deze afspraak voor het eerst. Als er een ding is wat ik heb geleerd tijdens mijn behandeltraject, dan is het dat ik het superfijn vind als er iemand met me meegaat naar zorgafspraken. Alleen al dat ik kan zien en voelen dat er iemand bij me is, werkt enorm versterkend voor mij. Je hoeft als begeleider niets te doen, er alleen maar te zijn. Dus ik had vorig jaar gevraagd of een lieve vriendin met me mee wilde.

Jemig, wat was ik nerveus! Helaas liep de hele ochtend allesbehalve vlekkeloos. Laat ik het netjes houden als ik zeg dat het ziekenhuis de primaire processen niet helemaal op orde had. Met voor mij nogal ‘interessante’ consequenties op het gebied van bejegening. Daar heb ik een later moment ook feedback over gegeven. Maar op die dag zelf kon ik dat nog niet, geloof me. Dit was een ervaring die ik thuis nog van me af moest schrijven. Zo kreeg ik ongepland zomaar nog een hoofdstuk cadeau voor mijn boek. Misschien moest dat wel zo zijn.

De jaarcontrole is dus sowieso nogal beladen voor mij. Ik heb mijn lieve vriendin alvast naar data gevraagd waarop zij kan. Want ik wil heel graag dat zij weer meegaat en haar werkagenda zit al maanden vooruit vol gepland. Dus hup, Van Dam, pak die telefoon en ga gewoon even een afspraak maken! Maar de herinnering aan het beroerde verloop vorig jaar staat ineens weer prominent op mijn netvlies. En mijn ervaring is inmiddels dat dit soort telefoontjes anders – lees minder positief – uitpakken dan gepland. Dat kleurt natuurlijk mijn bril.

Ik krijg een alleraardigste medewerkster aan de lijn. De datum die ik in gedachten heb, is te ver weg in de agenda van het computersysteem. Dus ze kan nog niks plannen. Maar de agenda kan elk moment ‘open’ gaan, en dan moet je er heel snel bij zijn. Alsof er een concert wordt aangekondigd van een wereldster: je weet nog niet precies welke data het gaat gebeuren, maar als het zover is, moet je paraat zitten om de tickets te bestellen. Zoiets.

Ik leg uit waarom het maken van de afspraak voor mij zo belangrijk is. En ik krijg een reactie, zo lief en begripvol. Ook al kan het computersysteem nog niet zover vooruit plannen, zij en haar collega hebben een soort ‘schaduwboekhouding’. Kijk, daar hou ik van. Dus ze kan en gaat mijn afspraak noteren en het regelen. Dat klinkt voor een ander misschien simpel, maar geloof me, op dat moment valt er een last van mijn schouders. Het idee dat ik daar samen met iemand anders heen ga. Het idee dat ik het allemaal niet alleen hoef te doen.

Er ontstaat ook een gesprek over mijn ervaring van vorig jaar. Want de feedback die ik heb gegeven, staat ook in mijn dossier vermeld, en heeft invloed op de onderzoeken die ik wel of niet zal moeten ondergaan. En vooral ook bij wie ik deze zal ondergaan. De medewerkster die ik aan de lijn heb is kundig, begripvol, empathisch en neemt de tijd. En ik kan haar oprechtheid voelen. Ik hang op met een gerustgesteld gevoel.

Zij heeft het ‘warmte-gen’, bedenk ik me daarna. Zo noem ik dat in mijn boek ‘Kanker. Cadeau van het leven’, over het contact dat ik met sommige zorgverleners heb gehad. Ik schrijf over mijn ervaringen na de diagnose borstkanker, ook tijdens het behandeltraject. Daarin heb ik de nodige zorgverleners getroffen. Hoe ik dat contact heb ervaren, is iets dat mij heel erg heeft geraakt. Mensen met het ‘warmte-gen’ in deze tak van sport zijn er, gelukkig maar. En het is helaas niet vanzelfsprekend, weet ik uit ervaring.

In het contact met zorgverleners wil ik mensen die kundig zijn en in bezit van het ‘warmte-gen’. En dat zegt alles over mij, over oud gemis en over verlangens in het hier en nu. Dat realiseer ik me heel goed. Voor nu ben ik dankbaar dat ik deze mensen ook ontmoet. Voor hen heb ik veel respect.

Is het al bijna Koningsdag? In gedachten geef ik de medewerkster een lintje.

“U heeft inderdaad een borstkankertje.” De chirurg zegt het op een bijna lieflijke toon. (…) Maar het grootste deel van de informatie die ik krijg, gaat langs me heen. Ik ben nog blijven hangen bij het woord ‘borstkankertje’.

Je kunt het boek ‘Kanker. Cadeau van het leven’ hier bestellen of bij je lokale boekhandel.

Nathalie_Van_Dam_Boek_V2