Borstenpraat

Als puber ging ik gebukt onder mijn borsten. Als volwassen vrouw had ik er vrede mee. Tot ik borstkanker kreeg. Toen schaamde ik me. 

Vanaf het moment dat een jonge vrouw borsten krijgt, gebeurt er iets interessants. Misschien herken je het van jezelf, je zussen of je kinderen. Er zijn (pre)pubers die staan te trappelen om vol trots hun eerste bh-tje te dragen. Anderen zijn er helemaal niet mee bezig, terwijl hun borsten lekker hun ding doen. En er zijn ook meiden die het vreselijk vinden, al die veranderende vormen van hun lichaam, terwijl de hormonen zo door het lijf gieren.

Ik behoorde tot de laatste categorie. Ik schaamde me als puber voor mijn snelgroeiende borsten. Een beetje voorover gebogen, slenterde ik door het schoolgebouw met een veel te zware boekentas, dat idee. Dit in de hoop dat mijn borsten maar niet gezien werden. In de hoop dat ík maar niet gezien werd. Want voor mijn gevoel kwamen eerst mijn borsten het klaslokaal binnen, en daarna ik. Dat slaat natuurlijk nergens op, maar dat was wel het gevoel dat ik toen had.

In die tijd had ik geen tot weinig contact met mijn moeder, die ziek was. Daardoor miste ik support op dat stuk ontluikende vrouwelijkheid. Ik herinner me nog dat iemand toen ooit goedbedoeld tegen me zei: “Later ga je veel plezier van je borsten hebben, hoor! Je hoeft je nergens voor te schamen.” Maar die boodschap kwam helemaal niet binnen bij me. Ik dook nog verder in elkaar.

Gelukkig heb ik als volwassen vrouw ‘vrede’ gesloten met mijn borsten, en was ik er blij mee. Mijn borsten horen bij mij. Niks mis mee.

Tot twee jaar geleden, toen ik de diagnose borstkanker kreeg. Toen bleek wel meteen: elk nadeel heb zijn voordeel. Want mijn wat grotere borsten bleken in combinatie met een klein formaat tumor in het behandeltraject een goede combi. Daardoor kon ik namelijk een borstbesparende operatie ondergaan.

Toch kwam er opnieuw een stuk schaamte op toen ik ziek werd. Schaamte om te delen dat ik ziek ben, niet perfect ben. En ook schaamte die gaat over mijn geopereerde borst. Maar als er iets is waar schaamte niet tegen kan, dan is het wel het doorbreken van het stilzwijgen. Daarom deelde ik mijn gevoel met een vriendin, Paula.

In mijn boek ‘Kanker. Cadeau van het leven’ schrijf ik daarover:

“Vorige week heb ik voor het eerst sinds tijden weer eens in de spiegel naar mijn borsten gekeken. Ik heb het niet bewust vermeden, maar misschien wel onbewust. De wonden waren mooi aan het genezen., maar nu ziet mijn borst er niet uit. Wie wil deze borst ooit nog aanraken?”

“Dat is niet zo raar dat je dat zo voelt”, reageert Paula. “Anderen hebben tijdens allerlei onderzoeken aan jouw borst gezeten. Je bent geopereerd en bestraald. Ook al weet je dat het allemaal nodig was, voor je lijf voelt dat als een invasie. Zelf weer contact maken met dat deel van je lijf kan helpen ermee om te gaan.”

Als ik mijn eigen lijf, met alles wat er is, niet wil aanraken en er niet mee in contact wil zijn, hoe kan ik dan ooit verlangen dat een ander dat gaat doen?

Het blijft je achtervolgen, zolang je ervan wegrent, zeg ik als coach altijd tegen mensen. En nu… Juist doordat ik klachten kreeg aan mijn geopereerde borst, moest ik er zelf weer contact mee maken: ernaar kijken en oefeningen mee doen. Een speling van het lot, met een knipoog, zullen we maar zeggen. Insluiten dus, alles accepteren wat er is, inclusief het verdriet. Ik ben niet perfect. Ik hoef niet perfect te zijn.

Deze maand is het borstkankermaand. Tijd om wat extra aandacht te besteden aan je borsten. Controleren, kijken, voelen, insluiten. Want een gezonde relatie met je lijf is wel zo fijn, toch?

“U heeft inderdaad een borstkankertje.” De chirurg zegt het op een bijna lieflijke toon. (…) Maar het grootste deel van de informatie die ik krijg, gaat langs me heen. Ik ben nog blijven hangen bij het woord ‘borstkankertje’.

Je kunt het boek ‘Kanker. Cadeau van het leven’ hier bestellen of bij je lokale boekhandel.

Nathalie_Van_Dam_Boek_V2